Leren fietsen, spelen op bommen en de natuur in

september 22, 2011

GASTCOLUMN #4
Door Hieke van Ginkel-Gemser

Ik ben in 1946 geboren, woonde met mijn ouders natuurlijk ook zoveel hoog in Amsterdam. Wij hadden een tenthuisje op camping Bakkum en daar werd uiteraard naar toe gefietst.

Het Apenlaantje

Ik weet nog heel veel van deze tijd vanaf ongeveer mijn 4e jaar. Vond het prachtig in Bakkum. Heb daar ook leren fietsen, natuurlijk de Apenlaan en het spelen op de bommen die ontmanteld waren. En… als ik de kans kreeg hing ik elke dag aan de broek van meneer Eldert Kortenoever. Hij vertelde zoveel over de natuur, ik vond dat prachtig en stond vaak op de uitkijk of hij er alweer aankwam. Heb heel veel zeesterren gezocht en natuurlijk ook veel schelpen die hij gedeeltelijk in zijn museumpje tentoonstelde. Ook daar kwam ik nooit meer vandaan, zo mooi vond ik dat.

In 1952 verhuisden wij naar Utrecht en toen was het met Bakkum gedaan. Ik heb nog heel veel gedacht aan deze periode en aan meneer Kortenoever, die zeker van heel grote invloed is geweest op mijn latere leven. U snapt het wel: de natuur… Ik behoor tot de gelukkige mensen, die samen met mijn echtgenoot een boerderijtje kon kopen op het Groninger land. Hier kan ik mij helemaal uitleven.

Met Eldert Kortenoever op excursie

Ik ben met onze kinderen nog één keer een weekend wezen kamperen in Bakkum. Maar ja, het kampeerterrein is niet meer het terrein van de huisjes. De schuur kon ik niet meer vinden en uiteraard meneer Kortenoever ook niet meer. Gister was ik zomaar eens aan het surfen op internet naar camping Bakkum en… wat een plezier. Ik kwam bij het artikel over Kortenoever terecht. Veel herinneringen kwamen weer boven, precies zoals ik het beleefd had toen ik 4 was. Nu ben ik 65 dus dat heb ik 61 jaar goed onthouden, het heeft indruk gemaakt.

U las mijn gedachten en feiten, een zoete herinnering met een mooi einde. Soms zijn deze ervoor om eens opgeschreven te worden.

PS Vroeger stond er rondom het grasveld van het winkelplein Bakkum een grote rozenbottelhaag. Ik heb dat altijd zo mooi gevonden dat ik hier bij de boerderij n.a.v. deze haag ook net zo’n haag heb geplant en altijd als ik hier voorbij loop heb ik Bakkum in gedachte.

Ook mooie herinneringen aan camping Bakkum? Mail ze naar sleurhutinbakkum@gmail.com. Liefst met een foto uit die tijd. De mooiste artikelen worden als gastcolumn op deze site geplaatst.


Met de strandkar door de Castricumse duinen

maart 23, 2011

GASTCOLUMN #3
door Eric Sellmeijer

Herinneringen aan Kamp BakkumTegenwoordig zegt men bolderkar. Als ik aan ons Bakkums vervoer in de jaren zestig denk, dan denk ik aan onze strandkar. Niks bolderkar. De bolderkarren van tegenwoordig zijn wat mij betreft maar boodschappenwagentjes. Je zet je volle boodschappentas en de Maxi-Cosy met de kleine erin en hij is vol.

Nee, wij hadden een heuse strandkar. Mijn vader, ooit lasser bij de NDSM, had uit wat stalen buizen en een oude autoped een prachtig frame gelast, dat hij knalgeel schilderde. Daarop schroefde hij een houten vloer en maakte van groen canvasdoek de voor-, zij- en achterkanten. De strandkar stond op  drie autopedwielen en voorop zat een lange trekstang met twee handvatten aan het uiteinde.

De strandkar was geen speelgoed. Nee nee, als wij niet op kamp Bakkum waren, werd er niet met de strandkar gespeeld. Hij stond dan met schoongespoten en opnieuw ingevette naven onder een zeil in een hoekje van onze tuin. Natuurlijk rustte hij met de assen op een paar oude tegels, zodat de wielen de grond niet raakten en wij de volgende zomer niet in een strandkar met vierkante wielen door duin en bos hobbelden. Wel diende de strandkar tijdens herfst en winter als extra bergruimte voor tuingereedschap en dergelijke. In de zomer werd hij echter steevast onder het zeil vandaan gehaald en klaargemaakt voor de vele tochten naar het Castricumse strand.

Strandkar op Kamp Bakkum

Strandkar van de Sellmeijers

Ik had destijds drie broers en van de vier schavuiten was ik de derde. Helaas is de vierde, Richard, ons al enige tijd ontvallen, maar dat is een ander verhaal. Mijn vader en moeder trokken de strandkar, die was geladen met vier jongetjes en een tas vol drinken en gesmeerde broodjes, door de duinen naar het strand. Ik kan me echter ook wel herinneren dat mijn vader het ding in zijn eentje trok. Meestal stonden de twee oudste broers rechtop in de kar en de twee jongsten zaten lekker lui op de bodem van de kar. Voorin de tassen met versnaperingen en handdoeken. We hobbelden tevreden heuvel op heuvel af, om dan langzaam het laatste duin af te rollen naar het strand. Mijn ouders duwden daarbij tegen de trekstang om de kar niet met een rotgang naar beneden te laten suizen.

En na zo’n dagje strand weer hobbelend door duin en bos terug naar het huisje op kamp Bakkum. Daar zat je dan zo lekker rozig op zo’n plastic tuinstoel in de rode Bakkumse avondzon te wachten tot moeders ons meenam naar de waterkraan voor een schrobbeurt en het poetsen der melktanden, om daarna tevreden in slaap te vallen in je stapelbed.

De strandkar is tot mijn 13de of 14de in ons bezit gebleven. Omdat hij niet meer werd gebruikt en in verval was geraakt is hij bij het grofvuil beland.

Eric Sellmeijer stond als kind jarenlang op camping Bakkum. Als gastcolumnist haalt hij de komende periode eens per maand herinneringen op aan die tijd.

GASTCOLUMN #1 Scharrelen met Tanja op Kamp Bakkum
GASTCOLUMN #2 Mijn eerste bioscoopfilm: Zorro in ‘De Pan’


Mijn eerste bioscoopfilm: Zorro in ‘De Pan’

februari 23, 2011

GASTCOLUMN #2
door Eric Sellmeijer

Mijn allereerste echte bioscoopfilm zag ik op elfjarige leeftijd in De Pan in Kamp Bakkum. Ik geef toe, Kamp Bakkum klinkt wat bedenkelijk, maar wij noemden de camping nou eenmaal zo. Wij gingen ‘s zomers dus gezellig op kamp.

De Pan was een heuse duinpan, waar in mijn herinnering wekelijks een film werd gedraaid. Eerlijk gezegd weet ik niet zeker of het wekelijks was. Het kan ook tweewekelijks of maandelijks geweest zijn. Ik kan me in ieder geval maar één film herinneren die ik ooit in De Pan heb gezien: Zorro! Zorro was een televisieserie die stamde uit 1957, maar in mijn jeugd op tv werd uitgezonden. Ik moest dus flink zeuren bij mijn ouders om met mijn grote broers mee naar De Pan te mogen om Zorro te kunnen zien.

Eric (staand) met familie en campingburen

Iedereen lag languit naast en boven elkaar op de heuvelrug te kijken naar het witte scherm dat op de bodem van De Pan was opgesteld. Het gaf dat elfjarige knulletje een warm gevoel van saamhorigheid. Aangezien het mijn eerste bioscoopfilm was, was ik ook niets gewend wat dat betreft. Zorro werd gespeeld door Alain Delon en die was heel anders en veel minder leuk dan de Zorro die ik kende. Daarbij kwam dat de afleveringen van de tv-serie maar een uurtje duurde en er dus minder gekletst en meer actie in zat. In die Frans/Italiaanse films werd sowieso veel meer gepraat. Delon was voor mij dus niet de echte Zorro en mijn eerste echte bioscoopfilm was dus een grote teleurstelling.

Na de film wilden mijn broers natuurlijk in De Pan blijven rondhangen. Er waren meiden en vrienden en nog een paar neven om mee op te trekken. Daarbij was dat kleine broertje niet gewenst. Ik ging dus alleen terug naar het tenthuisje. Hoewel ik de hele dag over de camping kon rondstruinen, zag het er ’s avonds in het donker heel anders uit. Sinister en zelfs een beetje eng. De terugweg van 5 minuten leek wel uren te duren en met het hart bonzend in de keel kwam ik bij het huisje aan. Spannend, naar de film gaan in De Pan.

Eric Sellmeijer stond als kind jarenlang op camping Bakkum. Als gastcolumnist haalt hij de komende periode eens per maand herinneringen op aan die tijd.

GASTCOLUMN #1 Scharrelen met Tanja op Kamp Bakkum


Scharrelen met Tanja op Kamp Bakkum

januari 11, 2011

GASTCOLUMN #1
door
Eric Sellmeijer

Eric Sellmeijer, herinneringen aan camping BakkumToen de Rubettes
hun grootste wereldhit scoorden was ik 11 jaar oud. Hun Sugar Baby Love schalde dagelijks over het grote veld van het toenmalige Kamp Bakkum. Dat kamp was een soort van camping, maar dan voornamelijk gevuld met tenthuisjes. Dat waren dan weer houten huisjes met canvas daken, waarop de regen zo gezellig tikte. Ze hadden maar één slaapkamer, waarin het hele gezin dan ook sliep. Lekker knus en gezellig. Elk jaar stond je huisje ergens anders en dat jaar stond het onze aan de rand van het grote veld. Eigenlijk was het van een oom en tante, die het weer hadden geërfd van mijn grootouders. Mijn ouders leenden het van hen. Op dat veld werd gevoetbald, gebasketbald, getennist, geschommeld en gevliegerd.

Het was een lekker warme zomer en mijn oudere broer van 13 had scharrel met Tanja. Tanja was een Indo-meisje met een prachtig gezichtje. Ze was vlot, een tikkie brutaal en vooral zo lekker spontaan. Eigenlijk waren alle vier de broers, ik had er twee boven mij en één onder me, een beetje verliefd op Tanja. Wij zagen haar in elk geval zeer geerne.
Verderop aan de rand van het grote veld stond destijds een grote groene loods of schuur, die aan de voorkant kon worden opengeklapt, zodat er een podium ontstond. Daar stonden dan grote geluidsboxen op, die Rock your baby, Papa was a poor man, The night Chicago died, It’s only Rock ‘n’ Roll, maar vooral keer op keer Sugar Baby Love over het veld heen stuurden. Wij hadden plezier en wij hadden allemaal Tanja, ook al hoorde ze vooral bij mijn broer. Heerlijk, die onbezorgde tijd.

Eric (links) met twee van zijn drie broers

In de zomer van 2010 waren onze kinderen oud en wijs genoeg om het een weekje zonder ons te doen. Onze dochter was 16 en onze zoon 19. Mijn lieftallige echtgenote was er echter niet zo zeker van. Ik had echter blind vertrouwen in onze ‘bloedjes’. Bovendien was ik het zat om wekenlang met een op de bank hangende puber opgescheept te zitten die te belabberd was om ook maar iets leuks te ondernemen met haar saaie pa en ma. Zoonlief ging al een paar jaar liever werken dan met ons op vakantie. Snapt u dat nou? Mijn vrouw en ik zijn best leuk in de omgang hoor, zolang je maar je eigen bende opruimt en niet constant onze voorraadkast ongevraagd plundert. Nou goed, ik stelde een gulden middenweg voor: Wij gingen op vakantie in Bakkum, zodat wij in geval van nood snel thuis konden zijn.

Ik had wel zin in een ‘trip down memory lane’.  Mijn vrouw kon echter niet wennen aan de gedachte van haar twee kinders alleen thuis op haar nieuwe leren bank. Toen ze een maand later eindelijk was gewend aan dat idee, waren de laatste tenthuisjes op Bakkum reeds verhuurd. Wat zeg ik? Alles was verhuurd en zo kwamen we in Egmond aan Zee terecht. Ook leuk en dichtbij, maar ik had leuke herinneringen aan Kamp Bakkum. Onze dochter voegde zich overigens na drie dagen al bij ons. En zij had de vakantie van haar leven. Niets is zo leuk als de Noord-Hollandse duinen en bijbehorend strand. Ach, wie weet, er komen nog vele zomers en dan komen we ooit nog wel weer eens in Bakkum terecht. Misschien tot ziens dus.

Eric Sellmeijer stond als kind jarenlang op camping Bakkum. Als gastcolumnist haalt hij de komende periode eens per maand herinneringen op aan die tijd.