Welvaartsresten bij het grof vuil

oktober 31, 2009

grof vuil

De mannen en vrouwen voor de camping die het grof vuil verzamelen, vinden er veel bruikbare spullen tussen.

Advertenties

‘Met dat ding gaat het niet lukken’

oktober 30, 2009

In een vlaag van daadkracht kocht ik een hydraulische potkrik. Krijgt dat apparaat, van nog geen twintig centimeter, onze caravan wel van de grond?

Over enkele dagen komt de ‘caravanboer’ onze sleurhut opladen voor de winterstalling. Alle optrekjes op Bakkum moeten vanaf november tot april verkassen. Dan wordt de camping aan de natuur terug gegeven.

Goed voor het milieu maar minder goed voor mijn welbevinden. Ik ben al weken nerveus, gespannen en kan de laatste dagen de slaap niet goed vatten. Daar kwam recentelijk nog een knoop in mijn maag bij. Het is de eerste keer dat ik deze mini-volksverhuizing in goede banen moet leiden. Vandaar. De potentiële rampen die op de loer liggen zijn niet te overzien.

We wilden ons opknappertje zodanig op orde hebben dat we er volgend jaar meteen in kunnen trekken (niet gelukt: eerste weken toch klussen), de gasfles moet ingeleverd (niet gelukt: ruim een uur te laat op de laatste inleverdag) en het biervat met water dient leeg te zijn (niet gelukt: op z’n kop gezet maar er blijven liters in klotsen).

Op zich geen zaken waar je een hoge bloeddruk van krijgt. Waar ik wel een hartverzakking aan denk over te houden is dat het vehikel over krap drie dagen mobiel moet zijn. Ik zie er torenhoog tegenop dat ik de sleurhut van pak ‘m beet 1,5 ton (1500 kilo) straks met een krik omhoog moet werken om alle stutten onder de caravan te verwijderen. Want wie denkt dat de wagen gewoon op z’n wielen en de hoeksteunen rust, zoals ik tot voor kort deed, is een beetje dom.

Want op alle caravanforums (ja, die bestaan) wordt hier driftig voor gewaarschuwd. Het is not done, zelfs vloeken in de kerk, las ik. Wie zijn caravan zo stalt riskeert vierkante wielen en een ontwricht chassis, met gigantische lekken tot gevolg.

krik

Bottle Jack

Ik moet dus op zoek naar een geschikte krik (een simpele autokrik voldoet niet, leerde ik daar ook). En die blijken in alle soorten en maten te bestaan: potkrik, schaarkrik, Alkokrik, garagekrik, caravankrik. En dan heb je nog de elektrische en hydraulische varianten. En passant stuitte ik op aanverwante hulpmiddelen als de leveller, mover, disselsteun, ‘banaan’ (?!?) en oprijwig. Ik moet nog veel leren.

Mijn nervositeit maakte plaats voor blinde paniek. Wat moet ik nou? In een vlaag van daadkracht kocht ik – op hoop van zegen – een hydraulische potkrik, Bottle Jack genaamd. Voor nog geen twee tientjes. Thuis probeerde ik, de day before, met een mengeling van trots en ongeloof mijn speeltje uit. Krijgt dat apparaat, van nog geen twintig centimeter, onze caravan van zes bij tweeënhalve meter wel van de grond? Vast wel, probeerde ik mij moed in te spreken. De verpakking meldt immers dat het liftvermogen twee ton bedraagt. Dat moet genoeg zijn, besloot ik. Mijn vriendin oordeelde anders: ‘Met dat ding gaat het niet lukken.’

(wordt vervolgd)


Zoekplaatje

oktober 29, 2009

Zoek en vind je eigen sleurhut


Vliegtuigspotten in de file

oktober 26, 2009

vliegtuig tijdens file

Zondagmiddag 25 oktober in de file halfweg Bakkum.


Moet Eeki weg?

oktober 26, 2009

Originally uploaded by sleurhutinbakkum

De caravans en huisjes moeten enkele maanden naar de winterstalling. Maar moet Eeki, de mascotte van camping Bakkum, ook zijn biezen pakken? Te zien aan zijn knapzak wel. En kijkt hij opeens niet een stuk droeviger dan de rest van het jaar? Of beeld ik me dat alleen maar in?


Man met bierfust

oktober 25, 2009

Het bier komt hier uit een openbare leiding. Dat mag met recht ‘gemeentepils’ heten.

De eerste keer dat ik de camping bezoek waan ik mij in het walhalla op aarde. Niet vanwege de prachtige natuur of de curieuze optrekjes. Ook niet door de verschillende types die er rondstruinen of vrolijk spelende kinderen. Nee, de meest verpletterende indruk maakt een man die rondsjort met een heus biervat op wielen.

Nou is dat op zich geen wereldschokkende gebeurtenis, een kerel met een fust bier. Eerder op deze zonnige dag zag ik vanuit mijn ooghoeken vaker een biervat bij een sleurhut staan. Ah hier is een feestje geweest, dacht ik. Wat mij zo treft aan deze man met fust is dat hij – alsof het de normaalste zaak van de wereld is – het 50-literblik aansluit op een kraan langs de weg en geduldig wacht tot de metalen ton zich vult. Euforie en ongeloof strijden in mijn hoofd: het bier komt hier uit een openbare leiding. Dat mag met recht ‘gemeentepils’ heten.

De werkelijkheid is ontnuchterend. Het gemeentepils dat zo rijkelijk lijkt te vloeien is inderdaad gewoon water. Veel Bakkumgangers tappen een fust met water en verbinden het via een slangetje met een kraan in de caravan. Zodoende is er altijd stromend water. Om bijvoorbeeld de biergazen mee schoon te spoelen.


Never a dull moment

oktober 23, 2009

Plots klinkt een harde knal. Een schot, lijkt het wel. Honden beginnen zenuwachtig in koor te blaffen. Jagers? Een overval? Een moord?

Het is de hoogste tijd om weer eens naar Bakkum af te reizen. Over een dikke week wordt de caravan weggesleept voor de winterstalling. En er valt nog veel te klussen voordat het vehikel bewoonbaar is. Ik prop een extra slaapzak in de koffer op wielen – inderdaad: sleurkoffer – en hup naar het station. Vriendin annex chauffeur blijft dit maal thuis.

Natuurlijk, de trein vertrekt voor mijn neus. Gelukkig maar, denk ik om dit klein leed in groot geluk om te zetten. Heb ik nog tijd om proviand in te slaan. Koffie, krantje, croiss… nee, ik hou het op mijn meegenomen boterham met pindakaas. Een uurtje later arriveer ik op het station in Castricum.

Station Castricum

Station Castricum

 

Er zal toch wel een bus naar de camping rijden? Iemand beweerde tenminste dat er pal voor de ingang een halte is. Niet dus. ‘Die rijdt alleen in de zomervakantie’, vertelt een VVV-juffrouw terwijl ze me met ontwapenende bruine ogen aankijkt. Er komt wel een bus in de buurt. Lijn 164 richting Heiloo. Uitstappen op de Heereweg. Dan een stukje terug en rechtsaf de Zeeweg op. ‘Zo’n 10 minuten lopen.’

De taxi dan maar. Pech. De Buick die een vorige keer trouw op me stond te wachten is in geen velden of wegen te bekennen. Ik kijk hulpeloos om me heen en zie opeens lijn 164 voor me klaar staan. Na een rit van luttele minuten kuier ik over het wandelpad naast de provinciale weg richting camping, de sleurvalies hobbelt gedwee mee. Ettelijke tractoren met opleggers scheuren mij voorbij. Die komen natuurlijk caravans opladen, schat ik in.

Plots klinkt een harde knal. Een schot, lijkt het wel. Honden beginnen zenuwachtig in koor te blaffen. Aan de overkant, tussen de bosjes door, zie ik een rookpluim. Iemand rent hard weg. Jagers? Een overval? Een moord? Never a dull moment in Bakkum! Ik ga kijken. Op het terrein, wat een sportveld blijkt te zijn, staan vier politieauto’s op een rij. Er is dus echt iets aan de hand, concludeer ik.

Op veilige afstand sla ik de crime scene gade. Een tiental agenten is in de weer met vervaarlijk rondspringende honden. Aangelijnd, dat wel. Mijn oog valt op het opschrift ‘Hondengeleider’ op de politiebusjes. Vals alarm. Gerustgesteld? Nou nee. In de gauwigheid zie ik geen man in dik pak waar de beesten hun agressie op kunnen richten. Omdat ik niet vrijwillig als ‘pakwerker’ wil fungeren maak ik mij schielijk uit de voeten.

Aangekomen op ‘Bakkum’ valt mijn oog meteen op het verbodsbord voor honden en realiseer ik me hoe blij ik met die regel ben.